Je inkoop wordt duurder. Je verhoogt je prijs met de inflatie. Is je marge dan gered? Welkom bij Ik word ondernemer. We rekenen het uit. Volgens het CBS waren consumentenprijzen in september tweeduizendzesentwintig drie komma vier procent hoger dan een jaar eerder. Dat landelijke cijfer meet huishoudelijke uitgaven. Jouw bedrijf kan een heel andere kostenmix hebben. Neem een fictief product. Verkoopprijs: honderd euro. Inkoop: tachtig euro. Er blijft twintig euro brutowinst over. Alle bedragen zijn exclusief btw. Andere bedrijfskosten moeten daar nog vanaf. Dit is dus geen nettowinst. Nu stijgt de inkoop naar achtentachtig euro. Bij dezelfde verkoopprijs houd je nog twaalf euro over. Acht euro minder brutowinst per product. Dat is een daling van veertig procent. Maar als ik mijn prijs ook met drie komma vier procent verhoog, ben ik er toch? Dan wordt je verkoopprijs honderddrie euro en veertig cent. Na de inkoop blijft vijftien euro en veertig cent over. Je brutowinst ligt nog altijd drieëntwintig procent onder de oorspronkelijke twintig euro. Wil je dezelfde twintig euro brutowinst behouden? Dan kom je op honderdacht euro. Wil je dezelfde brutomarge van twintig procent? Dan wordt het honderdtien euro, met tweeëntwintig euro brutowinst. Welke prijs werkt, hangt ook af van je klanten, andere kosten en afspraken. Meer brutowinst per product kan samengaan met minder verkopen. Een nieuwe prijs geldt bovendien niet vanzelf voor bestaand werk. Pak daarom één product. Noteer inkoop, verkoopprijs en brutowinst. Vergelijk meerdere opties en controleer later je werkelijke verkoop. De volledige uitleg en voorbeelden vind je op Ik word ondernemer punt en el.