Je hebt een klein bedrijf, een paar medewerkers en een document over arbeidsrisico’s dat vooral wordt geopend wanneer iemand erom vraagt. Ondertussen weet iedereen dat de planning te vol zit, dat een zware levering onhandig binnenkomt of dat de nieuwe collega nog geen goede werkplek heeft. De kennis is aanwezig. De maatregelen blijven liggen.
Precies daar zit de vraag achter de discussie over minder arboregeldruk: helpt de verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie, meestal afgekort tot RI&E, om het werk veiliger te organiseren? Of gaat te veel aandacht naar het invullen, laten toetsen en opnieuw verpakken van dezelfde informatie?
MKB-Nederland meldde op 14 oktober dat de Tweede Kamer vijf moties heeft aangenomen die de regeldruk moeten terugdringen. De officiële stemmingen van 13 oktober bevestigen de steun voor de voorstellen over vereenvoudiging. Dat is politiek nieuws met betekenis voor kleine werkgevers. Het geeft je vandaag nog geen nieuwe vrijstelling.
Voor een ondernemer is daarom een andere vraag meteen bruikbaar: welk werk kun je eenvoudiger maken, terwijl je juist scherper ziet wat medewerkers nodig hebben? Een goede RI&E hoeft niet iedere week een nieuw dossier op te leveren. Zij moet wel terug te vinden zijn in de manier waarop je roostert, spullen koopt, mensen inwerkt en problemen oplost.
De Kamer vraagt om verandering, de regels zijn nog niet veranderd
Twee aangenomen voorstellen laten goed zien waar de knelpunten worden gezocht. De motie over een quickscan vraagt de regering om veelvoorkomende klachten over arboregeldruk bij het mkb en bedrijven met beperkte risico’s te onderzoeken. Op basis daarvan moeten vereenvoudigingsopties worden uitgewerkt. De Kamer vraagt in het voorjaar van 2027 om de uitkomsten en mogelijke vervolgstappen.
De motie over een eenvoudige kantoren-RI&E raakt een ander probleem. De motie beschrijft als knelpunt dat de huidige erkenningsprocedure betrokkenheid van cao-partijen op brancheniveau verlangt. De motie vraagt om een route waarmee ook een eenvoudige RI&E voor andere sectoren of werkomgevingen kan worden erkend. Voor een kantoren-RI&E verzoekt zij die route uiterlijk dit najaar open te stellen.
Die tijdsaanduidingen zijn verzoeken van de Kamer aan de regering. Ze bewijzen niet dat een nieuwe regeling op die momenten voor jouw bedrijf beschikbaar is. Een motie wijzigt op zichzelf geen wettelijke verplichting en maakt een willekeurige kantoorchecklist evenmin tot een erkend instrument.
Wie nu een offerte krijgt voor een RI&E of een toetsing, kan wel preciezere vragen stellen. Op welke huidige regels is het voorstel gebaseerd? Welk instrument wordt gebruikt? Welke risico’s worden onderzocht? En wat zou er veranderen wanneer een nieuwe erkenningsroute werkelijk beschikbaar komt? Daarmee maak je een concrete afweging zonder alvast op een politieke uitkomst vooruit te lopen.
Eerst onderscheid maken tussen inventariseren, handelen en toetsen
Bij de RI&E worden drie werkzaamheden gemakkelijk op één hoop gegooid. Je brengt de risico’s van het werk in kaart, je bepaalt welke maatregelen nodig zijn en je laat waar vereist de inventarisatie en het plan van aanpak toetsen. Ze hangen samen, maar beantwoorden verschillende vragen.
De inventarisatie gaat over wat er in jouw bedrijf werkelijk gebeurt. De maatregelen gaan over wat je daaraan gaat doen. De toetsing is een deskundige beoordeling van de documenten. Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie hoort bij de RI&E een plan van aanpak met maatregelen en uitvoeringstermijnen. In beginsel moeten beide worden getoetst, met specifieke uitzonderingen.
Een uitzondering op de toetsing betekent dus niet dat je geen risico’s hoeft te onderzoeken of geen maatregelen hoeft uit te voeren. Ook een bedrijf dat een erkend branche-instrument mag gebruiken, moet dat invullen vanuit de eigen werksituatie. Een keurige standaardtekst kan niet laten zien dat jouw achterdeur geblokkeerd is of dat één medewerker elke lastige klant alleen opvangt.
Dat onderscheid helpt ook wanneer je werk uitbesteedt. Vraag de adviseur welk deel van de opdracht bestaat uit informatie verzamelen, welk deel uit inhoudelijke beoordeling en welk deel uit de vereiste toetsing. Je hoeft zelf geen specialist te worden. Je moet wel kunnen begrijpen wat er wordt geleverd en welke beslissingen vervolgens bij jou blijven liggen.
Welke uitzonderingen op toetsing bestaan er nu al?
De Arbeidsinspectie noemt voor de toetsing onder meer een bedrijf met 25 of minder medewerkers dat een erkende branche-RI&E gebruikt. Daarnaast noemt zij een organisatie waarvan het betaalde personeel samen ten hoogste 40 uur per week werkt. Dat laatste gaat over het totaal aan betaalde personeelsuren, niet over de arbeidsduur van één afzonderlijke werknemer.
Dit zijn verschillende routes. Een bedrijf met acht medewerkers heeft niet automatisch een toetsingsuitzondering omdat het klein is. Een bedrijf met bijvoorbeeld twee medewerkers van ieder 24 uur zit samen boven de genoemde urengrens. Of het een andere uitzondering kan gebruiken, hangt onder meer af van het passende, erkende branche-instrument. Controleer daarom zowel het toepassingsgebied als de actuele erkenning.
Voor organisaties met uitsluitend vrijwilligers vermeldt de inspectie eveneens een uitzondering op toetsing. De regels voor vrijwilligers hebben eigen bijzonderheden; uit die vermelding volgt geen algemene conclusie over de volledige RI&E-plicht bij iedere vrijwilligersorganisatie. Dit artikel richt zich op kleine bedrijven met betaald personeel.
Laat een leverancier in begrijpelijke taal vastleggen waarom een uitzondering wel of niet van toepassing is. Bewaar de verwijzing naar het gebruikte instrument bij je dossier. Daarmee kun je later terugvinden welke afweging is gemaakt, ook wanneer je contactpersoon vertrekt. De politieke discussie maakt het verleidelijk om op een hogere grens te wachten. Voor je huidige verplichtingen gebruik je de huidige criteria.
Omvang vertelt weinig over het risico
Het woord kantoor roept minder gevaar op dan een bouwplaats. Toch vertelt de naam van je branche niet hoe een werkdag verloopt. Een administratiekantoor kan structureel overwerken. Een bureau kan medewerkers hebben die klanten op locatie bezoeken. Een winkel heeft mogelijk ook een magazijn en een collega die alleen afsluit.
De omvang van de onderneming zegt vooral iets over de beschikbare mensen en tijd. Zij zegt op zichzelf weinig over de ernst van een risico. Eén ongeschikte machine blijft ongeschikt wanneer er maar twee mensen mee werken. In een kleine organisatie kan bovendien dezelfde persoon de eigenaar, planner en aanspreekpersoon voor problemen zijn.
Een bruikbare inventarisatie begint daarom bij werkzaamheden: wat doet iemand, waarmee, waar en onder welke omstandigheden? Neem ook werk mee dat maar af en toe voorkomt. Een zware levering op vrijdagmiddag staat misschien niet in een functieomschrijving, maar wordt wel door iemand verplaatst.
Deze aanpak voorkomt dat vereenvoudiging leidt tot blindheid. Je kunt vergelijkbare handelingen samen beschrijven en bestaande informatie hergebruiken. Je moet blijven herkennen wanneer de omstandigheden verschillen. Een medewerker die thuis beeldschermwerk doet, heeft andere vragen dan de collega die dozen uit een bestelbus haalt. Een kort formulier dat beide werkplekken onzichtbaar maakt, bespaart de verkeerde minuten.
Fictieve situatie: een bureau met zes medewerkers
Neem een verzonnen ontwerpbureau met zes medewerkers. Zij werken grotendeels achter een beeldscherm, deels thuis en deels op kantoor. De eigenaar heeft een uitgebreide vragenlijst ingevuld. Bij de vraag over werkdruk staat dat deadlines met medewerkers worden besproken. In de praktijk komen drie klanten steeds op donderdag met spoedwerk voor vrijdag.
Het bureau begint zijn verbetering bij een gewone werkweek. Medewerkers beschrijven wanneer zij werk mee naar huis nemen, welke opdrachten tegelijk binnenkomen en waar het moeilijk wordt om iets uit te stellen. Daaruit blijkt dat de planning weinig ruimte heeft voor correctierondes. De eigenaar belooft klanten vaak al een opleverdatum voordat het team de omvang kent.
Meer stoelen kopen lost dat probleem niet op. De eigenaar besluit in dit fictieve voorbeeld eerst een intakeafspraak te veranderen: een definitieve planning volgt pas nadat de uitvoerende collega de opdracht heeft bekeken. Voor spoedverzoeken wordt zichtbaar welk ander werk moet verschuiven. Dat is een voorstel voor bedrijfsvoering, geen wettelijk voorgeschreven methode.
Daarnaast blijken twee thuiswerkplekken onhandig ingericht. Die vragen om afzonderlijke aandacht. Werkdruk en werkplekinrichting komen zo beide in beeld, zonder dat de ene maatregel de andere vervangt. De eigenaar legt per afspraak vast wie iets doet en wanneer wordt nagegaan of het werkt. Na de eerste evaluatie blijken klanten nog steeds rechtstreeks medewerkers te benaderen. De intakeafspraak moet daarom ook naar buiten toe duidelijk worden gemaakt.
De winst zit hier in de verbinding tussen het document en het werk. Een korte beschrijving van een terugkerend knelpunt kan meer opleveren dan nog een algemeen hoofdstuk over gezonde werkgewoonten. Of dit bureau zijn RI&E moet laten toetsen, wordt afzonderlijk beoordeeld aan de hand van het instrument en de geldende uitzonderingen. De herkenbaarheid van het voorbeeld geeft geen vrijstelling.
Fictieve situatie: een werkplaats met vier medewerkers
Een tweede verzonnen bedrijf repareert fietsen en verkoopt onderdelen. Er werken vier medewerkers. De eigenaar gebruikt een digitale vragenlijst voor kleine ondernemingen. Hij heeft aangevinkt dat er instructies zijn voor gereedschap en dat zware spullen met twee personen worden verplaatst. Tijdens drukke zaterdagen staat meestal maar één ervaren medewerker in de werkplaats.
De relevante vraag is dan niet alleen of een instructie bestaat. Kan iemand haar ook opvolgen binnen het rooster en de inrichting van het werk? Een afspraak om samen te tillen helpt weinig wanneer de tweede persoon voortdurend aan de verkoopbalie nodig is. De eigenaar moet bepalen hoe leveringen, reparaties en klantvragen op zulke momenten worden georganiseerd.
In dit voorbeeld bespreekt het team welke handelingen een nader oordeel vereisen. Het besluit om bepaalde werkzaamheden tijdelijk anders te organiseren totdat duidelijk is welke veilige werkwijze nodig is. De eigenaar vraagt een deskundige gericht naar de risico’s die hij zelf niet voldoende kan beoordelen. Dit artikel beoordeelt geen machine, stof of specifieke tilhandeling als veilig.
Intussen kan het bedrijf eenvoudige organisatorische problemen wel zichtbaar maken: wie ontvangt een levering, waar wordt die neergezet en wie geeft een nieuwe collega instructie? Een afspraak wordt pas bruikbaar wanneer er ook ruimte voor is. Daarom komt de planning van begeleiding naast de planning van betaalde reparaties te staan.
Een ingevulde vragenlijst kan helpen om onderwerpen te vinden. Zij kan een ontbrekende beoordeling niet vervangen. Voor deze werkplaats kan vereenvoudiging betekenen dat de eigenaar minder tijd kwijt is aan dubbele beschrijvingen, terwijl hij juist gerichter deskundigheid inkoopt. Dat vraagt een offerte waarin duidelijk staat welke werkzaamheden worden bekeken en welke vragen onbeantwoord blijven. Alleen een prijs voor een compleet dossier zegt daar weinig over.
Een plan van aanpak moet een besluit mogelijk maken
Het Arboportaal beschrijft het plan van aanpak als onderdeel van de RI&E: welke maatregelen worden genomen, binnen welke termijn en door wie. Een werkgever kan de vorm zelf kiezen, zolang de RI&E schriftelijk is en de verplichte onderdelen bevat. Die ruimte maakt een bruikbare inrichting mogelijk.
Voor de dagelijkse uitvoering helpt het om per maatregel ook vast te leggen waaraan je ziet dat zij werkt. Dat laatste is hier een redactionele aanbeveling. ‘Werkdruk bespreken’ laat veel open. ‘De planner bespreekt bij ieder spoedverzoek welk werk moet verschuiven en controleert na vier weken of dat gebeurt’ maakt het besluit beter bespreekbaar.
Kies zulke controlemomenten op basis van het risico en het werk. Vier weken in het voorbeeld is geen algemene wettelijke termijn en geen reden om een acute onveilige situatie te laten voortbestaan. Soms is direct handelen nodig. Soms vraagt een oplossing voorbereiding, deskundig onderzoek of aanschaf. De inventarisatie moet helpen om dat onderscheid te maken.
Een actiehouder heeft bovendien iets nodig om zijn taak uit te voeren. Mag de medewerker spullen bestellen, een opdracht onderbreken of de planning aanpassen? Zo niet, dan ligt de maatregel feitelijk nog bij de eigenaar. Schrijf die afhankelijkheid op. Daarmee voorkom je dat een plan vol namen staat, terwijl niemand werkelijk een beslissing kan nemen.
Laat medewerkers het dagelijkse werk verklaren
Een eigenaar ziet veel, maar staat niet bij iedere handeling. Vraag daarom hoe het werk echt wordt uitgevoerd. Waar moeten mensen improviseren? Welke instructie past niet bij de drukke dag? Welke afspraak werkt zolang iedereen aanwezig is, maar verdwijnt bij verlof of ziekte?
Maak die gesprekken concreet. De vraag of alles veilig is, nodigt uit tot een kort geruststellend antwoord. De vraag hoe een medewerker afgelopen zaterdag een levering heeft verwerkt, levert een beschrijving op waar je iets mee kunt. Je kunt vervolgens samen bekijken welke omstandigheden tot die werkwijze hebben geleid.
Daar zit ook een gevoeligheid. In een team van vier is een voorbeeld al snel tot één persoon te herleiden. Wie meteen een schuldige zoekt, maakt het moeilijker om een probleem de volgende keer te horen. Richt het gesprek op de omstandigheden en de verbetering. Beloof geen anonimiteit die je in zo’n klein team niet kunt waarmaken.
Deze werkwijze vraagt geen wekelijkse vergadering over alle risico’s. Je kunt een onderwerp verbinden aan een bestaand werkoverleg of een verandering in de planning. Laat wel weten wat er met een signaal gebeurt. Als iemand drie keer een onhandige werkwijze benoemt en niets terughoort, wordt een vierde melding minder waarschijnlijk. Een zichtbaar besluit helpt ook wanneer de oplossing nog niet gereed is.
Betaal voor het oordeel dat je nodig hebt
Voor een kleine werkgever zijn advieskosten en voorbereidingstijd echte lasten. De eigenaar kan de uren die hij aan een dossier besteedt niet tegelijk gebruiken voor klanten. Ook medewerkers zijn tijd kwijt aan vragenlijsten, gesprekken en veranderingen. Het is redelijk om te willen weten welk werk noodzakelijk is en welk werk dubbel wordt gedaan.
Vraag bij externe hulp daarom om een afgebakende opdracht. Welke informatie lever je zelf aan? Welke werkzaamheden worden daadwerkelijk bekeken? Welke deskundigheid is nodig bij de gevonden risico’s? Welke beoordeling en toetsing zijn in de prijs opgenomen? En wat moet je na oplevering nog zelf doen?
Goedkoop is moeilijk te beoordelen wanneer de uitkomst alleen een document is. Een lager tarief kan passend zijn bij een eenvoudig bedrijf met goed voorbereide informatie. Het kan ook betekenen dat wezenlijke vragen naar de werkgever worden teruggeschoven. Andersom bewijst een omvangrijk rapport of een duur abonnement niet dat er goed naar het werk is gekeken.
Neem ook de uitvoering mee in je begroting. Een maatregel kan geld kosten, maar ook capaciteit voor begeleiding of een andere planning vragen. Bij je eerste werknemer hoort die voorbereiding bij de inrichting van het werkgeverschap. De loonkostencalculator helpt bij de personeelsbegroting; de concrete kosten van preventie en werkplekken moet je daar zelf met je eigen gegevens aan toevoegen.
Minder administratie is een serieus doel
Een verplichting kan een goed doel hebben en toch onhandig zijn ingericht. Dezelfde informatie herhaaldelijk invoeren kost tijd. Onduidelijkheid over erkenning of toetsing maakt het lastig om vooraf de juiste opdracht te geven. Voor een klein bedrijf kan een beperkte vaste last relatief zwaar wegen.
Het is daarom te gemakkelijk om iedere klacht over regeldruk weg te zetten als weerstand tegen veiligheid. Een ondernemer kan best bereid zijn om risico’s aan te pakken en tegelijk moeite hebben met de route ernaartoe. Een eenvoudiger instrument, heldere uitzonderingen en een beoordeling die aansluit bij de werkzaamheden kunnen de uitvoerbaarheid verbeteren.
Daar staat een reëel bezwaar tegenover: minder formele controle kan ertoe leiden dat problemen minder snel worden ontdekt. Medewerkers kunnen de gevolgen daarvan dragen, terwijl zij weinig invloed hebben op investeringen of planning. Zeker bij lastig zichtbare risico’s is een eigen geruststellende inschatting geen voldoende basis.
Vereenvoudiging verdient daarom een concrete beoordeling. Welke dubbele handeling verdwijnt? Welke inhoudelijke vraag blijft beantwoord? Hoe merk je dat een risico niet goed is onderzocht? En wie kan daar iets aan doen? Een daling van het aantal pagina’s vertelt nog niet hoeveel bescherming overblijft. Een geslaagde verandering maakt de werkwijze begrijpelijker én maakt het makkelijker om een werkelijk knelpunt te verbeteren.
Houd veranderingen bij zonder elk jaar opnieuw te beginnen
Een RI&E hoort bij het actuele werk. Het Arboportaal noemt gewijzigde werkomstandigheden, nieuwe werkmethoden en nieuwe inzichten als redenen om de inventarisatie aan te passen. Denk aan een verhuizing of een nieuwe machine. Er is dus aandacht nodig wanneer de werkelijkheid verandert, niet alleen wanneer je toevallig een oud bestand terugvindt.
Organiseer daarvoor één herkenbare plek voor het document en de uitvoering. Bewaar de actuele versie, vermeld welke verandering is beoordeeld en werk het plan van aanpak bij waar dat nodig is. Een gewone wijziging kan zo aanleiding zijn voor een gerichte beoordeling, zonder dat alle bestaande informatie opnieuw wordt overgeschreven.
Let ook op minder zichtbare veranderingen. Je gaat misschien dezelfde dienst leveren, maar voortaan buiten kantooruren of bij een klant op locatie. Of een ervaren medewerker vertrekt en de begeleiding komt bij iemand anders terecht. Het product blijft hetzelfde; de omstandigheden van het werk kunnen wel veranderen.
Preventie en verzuimbegeleiding verdienen daarbij ieder aandacht. Een RI&E onderzoekt arbeidsrisico’s en de aanpak daarvan. Bij ziekte ontstaat daarnaast een eigen proces van begeleiding en re-integratie. Onze uitleg over ziekteverzuim begeleiden behandelt dat afzonderlijk. Het plan van aanpak bij de RI&E en het plan van aanpak bij re-integratie hebben verschillende doelen; geef ze in je administratie herkenbare namen.
Wat een eenvoudiger instrument moet kunnen laten zien
De uitwerking van de politieke voorstellen zal ook afhangen van de kwaliteit van de instrumenten die werkgevers gaan gebruiken. Een korte vragenlijst kan goed werken wanneer zij de juiste vervolgvragen oproept. Zij schiet tekort wanneer het antwoord ‘niet van toepassing’ te gemakkelijk wordt gekozen of wanneer een afwijkende situatie nergens kan worden beschreven.
Voor een gebruiker helpt een heldere uitleg bij iedere belangrijke vraag. Waarom wordt dit gevraagd? Over welke werkzaamheden gaat het? Wanneer is de eigen waarneming onvoldoende en moet iemand verder kijken? Vooral dat laatste maakt een instrument nuttig voor een ondernemer die veel vakkennis heeft, maar geen specialist is in alle arbeidsrisico’s.
Ook de uitkomst verdient aandacht. Een score zonder uitleg zegt weinig over wat je moet besluiten. Een bruikbare uitkomst maakt duidelijk welke informatie nog ontbreekt, welke maatregel wordt voorgesteld en wat moet worden nagegaan voordat je een onderwerp kunt afsluiten. Zij maakt onzekerheid zichtbaar, zodat je niet per ongeluk een onvolledige inventarisatie voor een afgeronde beoordeling houdt.
Vraag een aanbieder daarom een voorbeeld te tonen dat lijkt op een gewone werkdag in jouw bedrijf. Laat zien welke afwijkingen bij jou voorkomen en kijk of het instrument daarmee uit de voeten kan. Een kantoor met klantbezoeken of een winkel met reparatiewerk heeft meer aan die demonstratie dan aan een algemene belofte over gemak.
Dit zijn criteria om een hulpmiddel te beoordelen, geen nieuwe erkenningsvoorwaarden. De formele status controleer je afzonderlijk. Zo kun je tegelijk vragen om minder omslachtig werk en kritisch blijven op de kwaliteit van het resultaat. Die combinatie helpt ook wanneer je huidige instrument nog jaren wordt gebruikt en een politieke vereenvoudiging langer op zich laat wachten.
Wat je nu kunt doen, en wat je moet blijven volgen
Begin met één werkproces dat medewerkers goed herkennen. Leg naast elkaar wat er op papier staat, wat er gebeurt en welke verbetering nodig is. Daarmee ontdek je of je vooral informatie mist, een deskundig oordeel nodig hebt of een eerder afgesproken maatregel nog moet uitvoeren.
Controleer tegelijk welk instrument je gebruikt en of de huidige toetsingsregels goed zijn toegepast. Vraag uitleg bij twijfel. Een afspraak in een offerte moet verwijzen naar de bestaande situatie, met een duidelijke beschrijving van de geleverde beoordeling. Een beloofde toekomstige vereenvoudiging is daarvoor geen vervanging.
Volg de uitwerking van de aangenomen moties vervolgens op de onderdelen die jouw bedrijf raken: de aangekondigde quickscan, de erkenningsroute voor een kantoren-RI&E en eventuele concrete wijzigingen in verplichtingen of toetsing. Pas je werkwijze aan wanneer er een vastgestelde verandering is die daadwerkelijk op jouw bedrijf van toepassing is. De gevraagde planning van een politieke opdracht is nog geen ingangsdatum.
De nuttigste uitkomst voor een kleine werkgever is een inventarisatie waarmee je een gewone werkdag beter kunt organiseren. Het bureau uit het voorbeeld heeft behoefte aan een haalbare planning. De werkplaats heeft een uitvoerbare veilige werkwijze nodig, ook op zaterdag. De politieke discussie kan de route naar zulke verbeteringen eenvoudiger maken. De beslissing om een bekend knelpunt aan te pakken, kun je nu al nemen.
Bronnen en verantwoording
De onderstaande bronnen zijn geraadpleegd op 14 oktober 2026. De stand van de politieke besluitvorming is vergeleken met het officiële stemverslag. Aangenomen moties zijn in dit artikel behandeld als verzoeken aan de regering, niet als gewijzigde regelgeving. De twee bedrijfssituaties zijn fictief. De voorgestelde gesprekken, offertevragen en controlemomenten zijn eigen redactionele aanbevelingen.
- MKB-Nederland, Tweede Kamer verstevigt aanpak regeldruk arbo, gepubliceerd op 14 oktober 2026. Nieuwsaanleiding en standpunt van de werkgeversorganisatie.
- Tweede Kamer, stemmingen van 13 oktober 2026, onderdeel Gezond en veilig werken. Controle van de aangenomen moties; de motie over maximaal één arbokerndeskundige, nummer 561, is aangehouden.
- Tweede Kamer, motie 25 883, nummer 557, voorgesteld op 7 oktober 2026. Quickscan van arboregeldruk en de gevraagde rapportage in het voorjaar van 2027.
- Tweede Kamer, motie 25 883, nummer 558, voorgesteld op 7 oktober 2026. Verzoek om aanpassing van de erkenningsprocedure en een route voor een kantoren-RI&E.
- Nederlandse Arbeidsinspectie, veelgestelde vragen over de RI&E, over RI&E, plan van aanpak, toetsing en de genoemde uitzonderingen.
- Arboportaal, Waaruit bestaat de RI&E?, over de inhoud, schriftelijke vorm, uitvoering en redenen voor actualisatie.

