Je verhuurt een ruimte voor vergaderingen, cursussen of bijeenkomsten. Verderop kunnen klanten ook terecht in een gemeentelijk gebouw. Dat hoeft geen probleem te zijn: misschien bedient die locatie vooral verenigingen, of biedt ze iets wat jouw bedrijf niet organiseert. Toch kan het gaan wringen wanneer dezelfde klant voor een vergelijkbare bijeenkomst bij de gemeente veel minder betaalt. Dan wil je begrijpen hoe dat tarief tot stand komt en welke afweging erachter zit.
Voor zulke situaties bestaan al regels. De Tweede Kamer heeft op 13 oktober ingestemd met een voorstel om de Wet markt en overheid aan te passen. De regering wil de wet permanent maken, de onderbouwing van de algemeenbelanguitzondering verbeteren en ruimte geven om publiek ontwikkelde open-sourcebroncode kosteloos beschikbaar te stellen. De Eerste Kamer moet het voorstel nog behandelen. Rijksoverheid licht het besluit en het verdere traject toe.
De betekenis voor een kleine ondernemer gaat verder dan de vraag wie de laagste prijs mag vragen. Een goede publieke afweging maakt zichtbaar welk probleem een overheid wil oplossen, wat bestaande bedrijven kunnen bijdragen en welke gevolgen een gekozen oplossing voor hen heeft. Dat helpt ook inwoners, verenigingen en de gemeente zelf. Een toegankelijke voorziening verdient een duidelijke onderbouwing, net als een ondernemer die vraagt om een eerlijke kans.
Wat de Tweede Kamer heeft besloten
Het parlementaire dossier van wetsvoorstel 35 985 vermeldt de aanvaarding op 13 oktober 2026. Daarmee is een stap in het wetgevingstraject gezet. De wijzigingen gelden hierdoor nog niet. Volgens het nieuwsbericht van Rijksoverheid is 1 juli 2027 de beoogde ingangsdatum bij instemming van de Eerste Kamer.
Dat onderscheid bepaalt hoe je het nieuws gebruikt. Voor een kwestie die nu speelt, begin je bij de huidige regels en het bestaande besluit van de betrokken overheid. Je kunt de aangekondigde verandering wel bespreken, bijvoorbeeld omdat een gemeente een voorziening opnieuw inricht. Maar een toekomstig voornemen geeft je nog geen nieuwe bevoegdheid en bewijst geen overtreding.
Ook voor gemeenten is dat verschil relevant. Zij moeten besluiten kunnen nemen over gebouwen, dienstverlening en budgetten terwijl het wetgevingstraject doorloopt. Een betere toelichting op zulke keuzes kan nu al nuttig zijn, zonder vooruit te lopen op de precieze verplichtingen van de aangepaste wet.
Voor ondernemers zit de eerste opbrengst daarom in een scherper gesprek. Je kunt concreter vragen welke activiteit de gemeente aanbiedt, voor welke gebruikers die is bedoeld en waarom een bepaalde prijs of werkwijze nodig is. Zo wordt zichtbaar waar jullie belangen werkelijk botsen. Misschien is er een oplossing in de voorwaarden of doelgroep, terwijl een discussie over de hele voorziening onnodig groot zou worden.
Eerst vaststellen waar de concurrentie zit
Dat een gemeente geld ontvangt, vertelt nog weinig over de juridische beoordeling. Je moet eerst de activiteit begrijpen. Wie biedt welke dienst aan, aan wie, onder welke voorwaarden? Een publieke taak en het aanbieden van een dienst op een markt kunnen binnen dezelfde organisatie naast elkaar bestaan.
Vergelijk daarom de dienst waar het om gaat. Bij zaalverhuur zijn dat bijvoorbeeld de beschikbare uren, capaciteit, inrichting en voorwaarden voor gebruik. Een bijeenkomst met catering en technische ondersteuning verschilt van een sleuteloverdracht voor een lege ruimte. Die verschillen kunnen een prijsverschil verklaren. Tegelijk kan een eenvoudige gemeentelijke ruimte voor sommige klanten wel degelijk een alternatief zijn voor jouw aanbod.
Kijk vervolgens naar de gevolgen voor jouw bedrijf. Verlies je aantoonbaar bepaalde aanvragen, of vrees je vooral dat het nieuwe aanbod aantrekkelijk wordt? Beide vragen verdienen aandacht, maar ze vragen andere informatie. Een bestaande gemiste boeking geeft aanknopingspunten voor een concrete vergelijking. Bij een voorgenomen voorziening gaat het meer om de afbakening van het aanbod en de verwachte effecten.
Begin dus met een beschrijving die ook de gemeente zou herkennen. Dat voorkomt dat je een discussie voert over een veronderstelde situatie. Het maakt je argument sterker als je kunt aanwijzen waar de diensten overlappen en waar ze verschillen. Voor iemand die nog een ondernemingsplan uitwerkt hoort deze analyse ook bij het onderzoek naar de lokale markt: publiek aanbod kan invloed hebben op je doelgroep, openingstijden en gewenste dienstverlening.
Vier gedragsregels die al bestaan
De bestaande Wet markt en overheid bevat vier gedragsregels: integrale kosten doorberekenen, overheidsbedrijven niet bevoordelen, zorgvuldig omgaan met gegevensvoordelen en functies scheiden. Deze regels zijn opgenomen in de wet waarmee de gedragsregels zijn ingevoerd. De ACM geeft een actuele uitleg van de toepassing en uitzonderingen.
Voor een ondernemer betekent de kostenregel dat een vergelijking meer vraagt dan twee zichtbare verkoopprijzen. De overheid kan kosten hebben die een klant niet op de factuur ziet. Een gebouw, personeel en beschikbare middelen moeten ergens worden betaald. Je eigen kostprijs is een nuttig vertrekpunt om vragen te formuleren, maar bepaalt op zichzelf niet welk tarief de overheid moet hanteren.
Bevoordeling draait om de voorwaarden waaronder een overheidsbedrijf kan werken. Denk in een fictieve situatie aan toegang tot een ruimte of middel dat voor andere aanbieders moeilijk bereikbaar is. De vraag is dan welk voordeel wordt gegeven en waarom. Een algemene indruk dat een organisatie dicht bij de gemeente staat, is nog geen zorgvuldig onderbouwde klacht.
De regels over gegevens en functies richten de aandacht op de organisatie achter de dienst. Welke informatie krijgt een aanbieder beschikbaar, en hoe zijn publieke beslissingen en economische werkzaamheden verdeeld? Voor een klein bedrijf kunnen zulke voorwaarden minstens zo belangrijk zijn als een tarief. Je kunt immers een scherpe prijs bieden en toch nauwelijks toegang krijgen tot dezelfde markt.
Die vier regels vormen samen een nuttige lens. Ze helpen je bepalen welke informatie ontbreekt en waarover je een gesprek wilt voeren. Het zijn geen vier vakjes waarmee je zonder verdere beoordeling kunt vaststellen dat een gemeente fout zit. De activiteit, de betrokken organisatie en mogelijke uitzonderingen blijven onderdeel van de beoordeling.
Wat een algemeenbelangbesluit verandert
Bij de algemeenbelanguitzondering staat een andere vraag centraal: waarom kiest de overheid ervoor een bepaalde economische activiteit op die manier aan te bieden? Volgens de ACM kunnen de gedragsregels buiten toepassing blijven wanneer daarvoor een algemeenbelangbesluit is genomen. De gevolgen van zo’n besluit verdienen daarom afzonderlijke aandacht.
Het publieke doel kan goed te begrijpen zijn. Een gemeente wil misschien dat kinderen kunnen zwemmen, dat een vereniging een bereikbare ruimte heeft of dat inwoners een voorziening kunnen blijven gebruiken. Voor een ondernemer is het verstandig dat doel serieus te nemen. Een bruikbaar gesprek begint bij de vraag hoe het doel wordt bereikt en welke alternatieven zijn onderzocht.
Vervolgens wordt het preciezer. Voor welke groep is het reguliere aanbod onvoldoende? Welke voorwaarden zijn nodig om die groep wel te bereiken? Welk deel van de voorziening lost dat probleem op? Hoe verhouden de gekozen openingstijden, tarieven en gebruiksmogelijkheden zich tot dat doel? Je vraagt daarmee om een verband tussen het belang en de uitvoering.
Een duidelijke afbakening kan beide kanten helpen. Een regeling voor specifieke verenigingsactiviteiten heeft een ander effect dan een breed aanbod voor iedere zakelijke bijeenkomst. Dat betekent niet dat een breed aanbod automatisch verkeerd is. Wel wordt belangrijker waarom de omvang nodig is en hoe rekening is gehouden met bestaande aanbieders.
Het woord algemeen belang hoort het gesprek dus concreter te maken. Ondernemers hoeven een maatschappelijk doel niet over te nemen als hun eigen bedrijfsdoel. Ze kunnen wel laten zien hoe hun aanbod eraan bijdraagt, of waar een gekozen uitvoering verder gaat dan nodig lijkt. Andersom kan een gemeente uitleggen waarom een aantrekkelijk commercieel alternatief voor een bepaalde groep toch onvoldoende uitkomst biedt.
Waarom een betere afweging ertoe doet
De memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel beschrijft een probleem met het proces: ondernemers werden beperkt betrokken en besluiten over de uitzondering waren vaak beperkt gemotiveerd. Dat is de achtergrond van de voorgenomen aanscherping. Het document is een oorspronkelijk wetsstuk uit 2021, geen nieuwe meting van de situatie in 2026.
De Tweede Kamer heeft het voorstel op dit punt concreet aangepast. Amendement 19 regelt een consultatie over een genomen algemeenbelangbesluit, telkens binnen een periode van vijf jaar. Herbeoordeling volgt wanneer daaruit relevante nieuwe feiten of omstandigheden blijken; een nieuwe beoordeling is dus geen automatisch vijfjaarlijks ritueel. Amendement 14 maakt een uitzondering op de verplichte voorafconsultatie voor besluiten over de exploitatie van sportaccommodaties. Volgens de toelichting omvat die uitzondering geen afzonderlijke commerciële activiteiten zoals horeca. Het gaat om aangenomen wijzigingen binnen het wetsvoorstel, die nog niet gelden. Ze laten zien dat betrokkenheid en de continuïteit van voorzieningen allebei aandacht krijgen.
Voor een kleine ondernemer kan de kwaliteit van het proces veel verschil maken. Een besluit over een nieuwe voorziening komt soms pas echt in beeld wanneer de verhuur begint of een klant overstapt. Op dat moment zijn afspraken over inrichting, budget en gebruik mogelijk al ver gevorderd. Een gesprek over alternatieven voelt dan al snel als een verzoek om een genomen beslissing terug te draaien.
Wanneer belangen eerder zichtbaar worden, ontstaat meer ruimte om het aanbod passend te organiseren. Misschien kan een publieke doelstelling worden bereikt met andere gebruiksvoorwaarden. Misschien is samenwerking met bestaande aanbieders mogelijk. Misschien blijkt juist dat het beschikbare aanbod het probleem onvoldoende oplost. Een zorgvuldig onderzoek moet al die uitkomsten kunnen dragen.
Daarbij past ook een redelijke verwachting van inspraak. Betrokken worden betekent dat je informatie en argumenten kunt inbrengen. Het betekent niet dat jouw bedrijfsbelang automatisch zwaarder weegt dan alle andere belangen. Een gemeente moet verschillende gebruikers, kosten en publieke doelen tegen elkaar afwegen.
De verdere uitwerking en ingangsdatum moeten worden gevolgd in de uiteindelijke wet en de uitvoeringsbesluiten. Voor ondernemers zit de betekenis vooral in de gelegenheid om informatie in te brengen die de publieke afweging beter maakt. Die gelegenheid levert pas iets op wanneer zij hun eigen argumenten ook zorgvuldig voorbereiden.
Een zaalverhuurder heeft meer aan een goede vergelijking
Stel dat je een kleine vergaderlocatie exploiteert. In een gemeentelijk gebouw komt ruimte beschikbaar voor bijeenkomsten. Een klant vertelt dat hij daar goedkoper terechtkan. Dit is een fictief voorbeeld; het zegt niets over een bestaande gemeente of een daadwerkelijke overtreding.
Je eerste reactie is begrijpelijk: jij moet iedere maand genoeg verdienen om je locatie open te houden. Toch schiet een vergelijking op basis van één genoemd bedrag tekort. Vraag wat de klant precies krijgt. Is het tarief per uur of per dagdeel? Welke voorzieningen zijn inbegrepen? Kan iedere organisatie boeken? Zijn er beperkingen voor commerciële bijeenkomsten of gelden er verschillende voorwaarden voor verschillende gebruikers?
Zet daarnaast je eigen aanbod op papier. Zo zie je welke verschillen voor een klant werkelijk uitmaken. Als jouw tarief meer dienstverlening omvat, kan dat een deel van het verschil verklaren. Als de gemeentelijke ruimte voor de betreffende klant vrijwel hetzelfde biedt, wordt duidelijker waarom je vragen hebt over de prijs en de afbakening.
Houd financiële en juridische vragen uit elkaar. Met een overzichtelijke administratie kun je beter volgen welke aanvragen, uren en inkomsten bij jouw activiteit horen. Dat geeft zicht op het bedrijfsbelang dat je wilt toelichten. Het bewijst nog niet dat de kostenberekening van de gemeente onjuist is; daarvoor is informatie over die activiteit nodig.
Een werkbaar gesprek kan vervolgens over voorwaarden gaan. Misschien zijn vooral daluren voor verenigingen nodig, terwijl zakelijke bijeenkomsten ook elders terechtkunnen. Misschien blijkt dat de gemeente juist een vraag probeert op te vangen waarvoor weinig geschikt aanbod bestaat. Door de vergelijking precies te maken, geef je beide mogelijkheden ruimte. Dat is nuttiger dan het hele gebouw direct als concurrentieprobleem te bestempelen.
Betaalbare sportvoorzieningen vragen om echte aandacht
Bij sport wordt zichtbaar waarom deze afweging gevoelig kan zijn. Een voorziening kan voor een ondernemer een markt vormen en voor een vereniging een voorwaarde om activiteiten te organiseren. Gezinnen, scholen en vrijwilligers kijken vanuit andere belangen naar dezelfde ruimte of dienstverlening.
Neem als fictieve situatie een gemeentelijke sportaccommodatie die bepaalde uren tegen een laag tarief beschikbaar stelt. Een commerciële aanbieder kan vragen hoe dat aanbod zijn mogelijkheden beïnvloedt. De gemeente kan wijzen op betaalbaarheid of bereikbaarheid. Die belangen moeten inhoud krijgen: voor welke gebruikers bestaat een probleem, op welke momenten en onder welke voorwaarden?
Het helpt als een ondernemer verder kijkt dan de vraag of hij dezelfde activiteit zou willen uitvoeren. Kan zijn bedrijf de betrokken doelgroep op de gewenste tijden en locatie bedienen? Welke afspraken zouden daarvoor nodig zijn? Zijn er beperkingen in capaciteit of continuïteit? Een aanbod om mee te denken is sterker als het rekening houdt met die praktische omstandigheden.
Voor de gemeente geldt dezelfde precisie. Betaalbaarheid is een begrijpelijk doel, maar vraagt keuzes over wie steun nodig heeft en hoe het aanbod daarbij aansluit. Een voorziening voor een specifieke groep kan andere gevolgen hebben dan onbeperkte beschikbaarheid tegen hetzelfde lage tarief. Die gevolgen horen in de afweging thuis.
Ook bereikbaarheid vraagt om meer dan een adres. Stel dat een alternatief goedkoper is, maar op een tijdstip waarop een school er niet terechtkan. Of dat de ruimte beschikbaar is, terwijl een vereniging extra vervoer moet organiseren. Dan beschrijven de huurprijs en de capaciteit maar een deel van de keuze. Een ondernemer die een alternatief aandraagt, kan sterker uitleggen hoe zijn voorstel ook zulke praktische voorwaarden opvangt. De gemeente moet op haar beurt kunnen verduidelijken welke voorwaarden voor de betrokken gebruikers essentieel zijn.
Meer zorgvuldigheid kost tijd. Ook dat tegenargument verdient aandacht. Een kleine vereniging kan niet eindeloos wachten op duidelijkheid over haar accommodatie. Het doel van een goed proces moet daarom bruikbare informatie zijn: wat moet worden geregeld, welke belangen spelen en welke oplossing past? Ondernemers kunnen daarbij alternatieven aandragen, terwijl de uiteindelijke keuze ruimte houdt voor maatschappelijke behoeften die hun bedrijf zelf niet kan vervullen.
Open-source software laat een andere kant zien
De voorgenomen uitzondering voor open-sourcebroncode maakt duidelijk dat een gelijk speelveld verschillende belangen omvat. Het voorstel wil ruimte geven voor het kosteloos en niet-discriminerend vrijgeven van bepaalde publiek ontwikkelde broncode. Die afbakening staat in het oorspronkelijke voorstel van wet; Rijksoverheid noemt dit ook als onderdeel van het aangenomen voorstel.
Voor een softwarebedrijf kan zo’n ontwikkeling twee kanten hebben. Een beschikbare oplossing kan invloed hebben op de vraag naar iets wat je zelf aanbiedt. Tegelijk kan toegankelijke broncode mogelijkheden geven voor implementatie, onderhoud, ondersteuning of verdere ontwikkeling. De waarde voor een ondernemer kan verschuiven van een exclusief product naar de dienstverlening eromheen.
Ook hier helpt een precieze vergelijking. Het beschikbaar stellen van broncode vertelt nog niet welke ondersteuning een gebruiker nodig heeft, wie verantwoordelijk is voor beheer of hoe een organisatie de toepassing in haar werkproces invoert. Voor een klein bedrijf zijn dat vragen om te onderzoeken voordat het kansen of bedreigingen aan een aankondiging verbindt.
Deze wijziging is geen algemene toestemming voor iedere vorm van gratis overheidsdienstverlening. Het gaat om de beschreven uitzondering voor broncode. De gedachte erachter laat wel zien dat publieke waarde en ondernemerschap kunnen samengaan. Een zorgvuldig ontworpen regeling kan ruimte geven aan hergebruik en tegelijk duidelijk maken waar commerciële dienstverlening begint.
Maak van je zorgen een bruikbaar dossier
Wanneer je bedrijf concurrentie van een overheid ervaart, helpt een klein en gericht dossier. Begin met de activiteit, de aanbieder en de voorwaarden. Bewaar openbare tarieflijsten, boekingsvoorwaarden en aankondigingen met de datum waarop je ze hebt bekeken. Zo voorkom je dat later verschillende versies door elkaar lopen.
Beschrijf daarna het effect op je onderneming. Noteer welke aanvragen of klantgroepen overlappen en waarop je dat baseert. Maak duidelijk wat je zelf hebt waargenomen en wat je nog wilt onderzoeken. Een vermoeden kan aanleiding zijn voor een vraag, maar wordt geen sterker argument door het als vastgesteld feit te presenteren.
Houd in je aantekeningen steeds drie zaken uit elkaar: de waarneming, de betekenis voor je bedrijf en de vraag die nog openstaat. Een klant die elders boekt is een waarneming. Het missen van een opdracht is een bedrijfseffect. Of de andere aanbieder de toepasselijke regels volgt, is een afzonderlijke vraag. Met die scheiding kan iemand je verhaal beoordelen zonder eerst aannames te hoeven ontwarren. Ze helpt je bovendien om gericht aanvullende informatie te vragen.
Vraag ook naar de bestuurlijke context. Is er een besluit over de activiteit? Welk doel wordt ermee nagestreefd? Welke stukken zijn openbaar beschikbaar? Als een algemeenbelangbesluit een rol speelt, wil je begrijpen op welke activiteit het ziet en hoe de belangen zijn afgewogen. Zonder die informatie is het moeilijk te bepalen waar een reactie op moet richten.
Maak ten slotte concreet wat je wilt bereiken. Een toelichting op voorwaarden, aanpassing van een afgebakend aanbod of betrokkenheid bij een nieuwe afweging zijn verschillende doelen. Een duidelijke gewenste uitkomst maakt een gesprek beter te voeren en helpt om te beoordelen of een vervolgstap zinvol is.
Bij het onderzoeken van je markt en groeimogelijkheden kun je dezelfde informatie gebruiken. Weten waar aanbod overlapt, helpt ook om je eigen positie scherper te kiezen. Soms is een andere doelgroep of aanvullende dienst commercieel verstandig, terwijl je tegelijk vragen blijft stellen over de publieke afweging. Een zakelijke keuze en een inhoudelijk bezwaar sluiten elkaar niet uit.
Kies een route die bij de kwestie past
De ACM onderscheidt verschillende situaties. Bij een mogelijke overtreding van gedragsregels adviseert zij eerst een klacht bij de betrokken overheidsorganisatie en vervolgens, als je er samen niet uitkomt, een melding bij de ACM. Ben je het oneens met een algemeenbelangbesluit, dan noemt zij bezwaar en eventueel beroep. De actuele ACM-uitleg beschrijft deze verschillende routes.
Het verschil is wezenlijk. Een discussie over naleving vraagt informatie over het handelen van de aanbieder. Een reactie op een besluit vraagt aandacht voor het besluit zelf en de afweging erachter. Laat daarom tijdig beoordelen welke route en termijnen in jouw situatie van toepassing zijn. Een informeel gesprek kan nuttig zijn, maar je moet ook weten wanneer een formele reactie nodig is.
Verwacht bovendien verschillende soorten uitkomsten. Meer uitleg kan een onduidelijkheid wegnemen. Een aangepast besluit kan de toekomstige situatie veranderen. Het herstellen van financieel nadeel is weer een andere vraag. Een melding of geconstateerd probleem levert op zichzelf geen gegarandeerde schadevergoeding op.
Weeg ook het praktische belang af. Een procedure kost aandacht die je als kleine ondernemer maar één keer kunt besteden. Dat is geen reden om een terecht bezwaar te laten liggen. Het is wel een reden om vroeg duidelijk te krijgen welke uitkomst je zoekt, welke informatie daarvoor nodig is en waar deskundige ondersteuning verschil kan maken. Een gerichte aanpak houdt het gesprek over controleerbare feiten en voorkomt dat de hele relatie met de gemeente om één onuitgewerkte klacht gaat draaien.
Wat je kunt volgen richting 2027
Voorlopig verdienen twee sporen aandacht: het wetgevingstraject en de besluiten die jouw lokale markt raken. De nieuwsaanleiding is het Tweede Kamerakkoord van 13 oktober. De Eerste Kamer moet nog behandelen; de genoemde datum van 1 juli 2027 blijft voorwaardelijk. Controleer de uiteindelijke wet en ingangsdatum wanneer je er een zakelijke beslissing op wilt baseren.
Het lokale spoor is vaak directer. Een tariefwijziging, nieuwe verhuurvoorwaarden of plan voor een voorziening kan jouw bedrijf eerder raken dan een landelijke wetswijziging. Zorg dat je weet wie de activiteit organiseert en waar relevante stukken verschijnen. Dat maakt het eenvoudiger om op een concreet moment met passende informatie te reageren.
Een betere publieke afweging helpt pas wanneer betrokkenen die ook gebruiken. Ondernemers moeten hun zorgen concreet kunnen maken en rekening houden met de gebruikers van een voorziening. Overheden moeten kunnen uitleggen waarom een gekozen aanbod nodig is en wat er met de inbreng van bedrijven is gedaan.
Daar ligt de betekenis van dit nieuws voor het mkb. De overheid krijgt met de voorgestelde aanscherping geen opdracht om publieke dienstverlening overal terug te trekken. Het gaat om beter onderbouwde keuzes waar publieke doelen en economische activiteiten elkaar raken. Voor een kleine ondernemer kan dat meer duidelijkheid geven over zijn positie. Voor inwoners en verenigingen kan het zichtbaar maken waarom een voorziening op een bepaalde manier wordt aangeboden. Een eerlijke kans en een begrijpelijke publieke keuze versterken elkaar wanneer beide belangen serieus worden onderzocht.
Bronnen en verantwoording
Geraadpleegd op 14 oktober 2026. De voorbeelden zijn fictief en beschrijven geen concrete overheidsorganisatie of vastgestelde overtreding. Deze uitleg onderscheidt huidige gedragsregels, de voorgenomen aanpassing en mogelijke vervolgstappen. De precieze toepasselijkheid en procedure hangen af van de activiteit en het betrokken besluit.
- Rijksoverheid: Tweede Kamer voor aanpassing wet die eerlijke concurrentie mkb en overheid regelt, 13 oktober 2026.
- ACM: concurrentie tussen overheid en markt.
- Tweede Kamer: parlementair dossier 35 985, met behandeling en documenten.
- Memorie van toelichting bij het oorspronkelijke voorstel, Kamerstuk 35 985 nr. 3.
- Oorspronkelijk voorstel van wet, Kamerstuk 35 985 nr. 2.
- Wet van 24 maart 2011, Staatsblad 2011, 162: invoering gedragsregels markt en overheid.
- Amendement 19: consultatie en herbeoordeling van een algemeenbelangbesluit.
- Amendement 14: uitzondering op voorafconsultatie voor exploitatie van sportaccommodaties.

