Je hebt extra mensen nodig voor een drukke periode. Het bureau kent je bedrijf, de tarieven liggen vast en de planning is bijna rond. Dan verschijnt er een bericht over strengere regels voor uitzendbureaus. Moet jij iets aanvragen? Moet je de samenwerking aanpassen? En waarom zou je daar deze herfst tijd aan besteden als de controles pas in 2028 beginnen?
Op 15 oktober actualiseerde KVK de uitleg voor ondernemers die personeel inhuren. De Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, afgekort Wtta, verandert ook hun verantwoordelijkheden. De wet is eerder vastgesteld; de bijgewerkte informatie is geen nieuw besluit van vandaag.
De nabije datum is 1 november 2026. Dan begint voor uitleners de aanmelding voor de overgangsregeling. Een gewone inlener hoeft zich daarvoor zelf niet als uitlener aan te melden. Wel is dit een goed moment om te vragen hoe het bureau zich voorbereidt, welke onderneming jouw mensen feitelijk in dienst heeft en wat je doet als die levering later wegvalt.
Dit artikel legt de verschillende momenten naast elkaar. De eigen inhuurkaart helpt je per rol bepalen welke actie bij welke datum hoort. De bedrijfssituaties zijn fictieve voorbeelden. Ze laten zien waar een kleine werkgever praktisch kan beginnen, zonder toekomstige regels naar vandaag te halen.
Eén wet, verschillende startmomenten
De invoering verloopt in fasen. Volgens het inwerkingtredingsbesluit in het Staatsblad zijn voorbereidende onderdelen al op 1 juli 2026 begonnen. Het toelatingsstelsel volgt in hoofdzaak op 1 januari 2027. Het uitleen- en inleenverbod zonder de vereiste toelating gaat op 1 januari 2028 in; dan start ook de bijbehorende handhaving.
Daartussen zit een belangrijk moment voor jouw administratie. De nieuwe administratieplicht voor inleners begint op 1 januari 2027. Het besluit noemt die afzonderlijk. Je kunt dus niet alle voorbereiding doorschuiven naar eind 2027 omdat het verbod pas een jaar later ingaat.
De officiële planning van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt, de NAU, plaatst de aanvragen voor toelating of ontheffing tussen 1 mei en 30 juni 2027. Vanaf juli volgt de beoordeling. Het register waarin inleners de status van uitleners kunnen controleren, wordt vanaf 1 juli 2027 voorzien.
Voor de bedrijfsvoering betekent dit dat er twee agenda’s naast elkaar lopen. Jouw leverancier werkt aan zijn toegang tot de markt. Jij organiseert een controleerbaar inhuurproces en een bruikbare administratie voor de dagelijkse uitvoering. Vraag daarom niet uitsluitend of het bureau op de hoogte is van de Wtta. Vraag welke concrete stap wanneer wordt afgerond en wanneer jij daarvan bevestiging krijgt.
Kijk naar het werk dat iemand werkelijk doet
De Arbeidsinspectie maakt onderscheid tussen bemiddeling en terbeschikkingstelling. Bij bemiddeling worden werkgever en werknemer met elkaar in contact gebracht voor een arbeidsovereenkomst. Bij terbeschikkingstelling blijft de arbeidskracht in dienst van de intermediair en werkt die tegen vergoeding onder toezicht en leiding van de inlener.
Voor een kleine ondernemer begint de beoordeling daarom met de dagelijkse praktijk. Wie bepaalt het rooster? Wie verdeelt de werkzaamheden? Wie geeft aanwijzingen op de werkvloer? Beschrijf dat voordat je conclusies trekt uit woorden als dienstverlening, consultancy of projectondersteuning op een offerte. De naam van het contract geeft onvoldoende zekerheid over de feitelijke verhouding.
Ook bij een opdracht met een duidelijk eindresultaat blijft zorgvuldig kijken nodig. Een leverancier kan een eigen ploeg en werkwijze inzetten, terwijl een andere leverancier vooral extra medewerkers levert die jouw bedrijfsleider aanstuurt. Dat verschil verdient beoordeling op de werkelijke feiten. Dit artikel geeft geen automatische juridische uitkomst voor iedere constructie.
Houd bovendien verschillende vragen uit elkaar. Of een bureau werknemers ter beschikking stelt, is een andere beoordeling dan de vraag of een individuele zzp’er werkelijk zelfstandig werkt. Een naam veranderen op de factuur lost geen onduidelijkheid in de samenwerking op. Verzamel de relevante afspraken en laat een twijfelgeval gericht beoordelen voordat de inzet begint.
De Waadi-check hoort al bij de huidige inhuur
Je hoeft niet op het toekomstige NAU-register te wachten om vandaag iets te controleren. KVK beschrijft de bestaande Waadi-registratie: een uitlener die onder de registratieplicht valt, moet als zodanig in het Handelsregister staan. De inlener moet kunnen aantonen dat hij dit heeft gecontroleerd. Dat geldt ook wanneer personeel uitlenen niet de hoofdactiviteit van de leverancier is.
Leg bij je controle vast welke juridische onderneming je hebt onderzocht, met welk KVK-nummer en op welke datum. Bewaar het resultaat op een plek waar je het bij de betreffende overeenkomst kunt terugvinden. Een handelsnaam in een e-mail kan bij een ander bedrijf horen dan de onderneming die op de factuur staat. Zoek dat verschil uit.
Onze praktische aanbeveling is om die controle onderdeel van de start van iedere nieuwe leveranciersrelatie te maken. Spreek intern af wie de gegevens verzamelt en wie een onduidelijke uitkomst beoordeelt. Een medewerker die op vrijdag het rooster sluit, moet weten bij wie hij terechtkan wanneer de afgesproken leverancier ineens verandert.
Een registercontrole beantwoordt een afgebakende vraag. Zij vertelt je niet vanzelf of de urenregistratie klopt, de medewerker passend wordt geïnstrueerd of alle fiscale verplichtingen worden nagekomen. Bewaar daarom ook de afspraken over het werk. De huidige controles blijven van betekenis terwijl je het toekomstige proces voorbereidt.
Een betaalde factuur sluit fiscale aansprakelijkheid niet uit
Volgens de Belastingdienst kan een inlener aansprakelijk worden gesteld voor loonheffingen en btw die een uitlener niet betaalt. Ook een doorlener kan daarbij betrokken zijn. De dienst noemt onder meer een verklaring betalingsgedrag en een goede administratie als manieren om het risico te beperken.
Daarnaast kan betaling op een g-rekening onder voorwaarden bescherming bieden voor het bedrag dat op die geblokkeerde rekening is gestort. Een gewone betaling aan het bureau heeft die specifieke werking niet. Welke voorwaarden en administratie voor jouw situatie nodig zijn, bespreek je met je boekhouder of adviseur.
Behandel deze fiscale afweging als een afzonderlijk onderdeel van de leveranciersbeoordeling. Een toekomstige NAU-status vervangt die beoordeling niet. Anders kan één groen vinkje in je inkoopsysteem ten onrechte suggereren dat alle risico’s zijn afgedekt.
Voor een starter is het verstandig zulke afspraken te maken voordat de eerste grote factuur komt. Op dat moment kun je de betaalwijze nog inrichten en uitleg vragen over de aangeboden constructie. Neem de afspraken op in je digitale administratie, samen met de overeenkomst en de informatie die nodig is om de inzet achteraf te begrijpen.
Vergelijk ook wat het tarief veronderstelt
Bij het kiezen van een bureau kijkt een ondernemer begrijpelijk naar de prijs per uur. Voor je besluit helpt het om daarnaast te vragen wat binnen dat bedrag wordt georganiseerd. Welke onderneming levert de mensen? Hoe worden wijzigingen doorgegeven? Is vervanging mogelijk als iemand uitvalt? En wie helpt bij een onduidelijkheid over de inzet?
Dit zijn vragen voor een inhoudelijke vergelijking van offertes. We stellen niet dat een duurder bureau automatisch betrouwbaarder is of dat een laag tarief een overtreding bewijst. Daarvoor ontbreken in een losse offerte de benodigde feiten. Wel kun je bepalen welke informatie je minimaal nodig hebt voordat je aanbiedingen naast elkaar legt.
Stel dat de ene leverancier de inzet zelf verzorgt en de andere tijdens drukte verder doorleent. Dan wil je dat verschil kennen bij het plannen. Misschien past beide goed bij jouw bedrijf. De voorwaarden en benodigde controles kunnen wel verschillen. Een prijsvergelijking zonder die uitleg kan je een onvolledig beeld geven van het werk dat bij jou terechtkomt.
Vraag daarom om één heldere omschrijving van de aangeboden samenwerking. Bewaar die bij de geaccepteerde offerte en bespreek veranderingen. De waarde zit vooral in de mogelijkheid om later na te gaan of de werkelijke inzet nog overeenkomt met de afspraken waarop je je keuze baseerde.
Waarom november 2026 al relevant is
De overgangsregeling van de NAU biedt bestaande uitleners onder voorwaarden ruimte om door te werken terwijl hun aanvraag wordt beoordeeld. Daarvoor zijn de aanmelding tussen 1 november en 31 december 2026 en de latere aanvraag tussen 1 mei en 30 juni 2027 afzonderlijke stappen.
Voor uitleners die op 30 juni 2027 een SNA-keurmerk hebben, geldt een afwijkende aanmeldroute: zij hoeven zich niet voor de overgangsregeling aan te melden, al adviseert de NAU dat wel. De aanvraag zelf en de overige toepasselijke voorwaarden blijven van belang. Een SNA-keurmerk is dus geen reden om het verdere traject onbesproken te laten.
De NAU waarschuwde al in augustus dat eHerkenning niveau 3 en een Berichtenbox voor bedrijven tijdig nodig zijn. Aanvragen kan meerdere weken kosten. Voor een kleine uitlener zonder zulke voorzieningen is oktober daardoor een praktisch voorbereidingsmoment.
Als klant hoef je het aanvraagproces van het bureau niet over te nemen. Vraag wel wie daarvoor verantwoordelijk is en wanneer je de relevante bevestiging ontvangt. Noteer daarbij of je informatie hebt gekregen over een aanmelding, een ingediende aanvraag of een toegekende status. Dat zijn verschillende gebeurtenissen, met verschillende betekenis voor de samenwerking.
Inhuurkaart: welke actie hoort bij jouw rol?
De kaart hieronder brengt huidige controles, nieuwe verplichtingen en aanbevolen voorbereiding samen. Ze is door de redactie samengesteld voor een kleine onderneming die personeel inhuurt of soms zelf werknemers uitleent. De tabel geeft overzicht; voor uitzonderingen en voorwaarden blijven de oorspronkelijke bronnen nodig.
Inhuurkaart: wie doet wat, en wanneer?
We koppelen zes momenten uit de officiële planning aan de rol van uitlener of inlener en voegen per moment een voorstel voor je dossier toe.
Zo gebruik je de kaart: loop voor iedere leverancier de kolom ‘Bedrijf dat inhuurt’ langs. Zet de volgende actie met een naam en datum in je eigen planning. Leen je zelf ook personeel uit? Doorloop dan beide rollen. De dossierkolom onderscheidt wettelijke vastlegging van onze praktische werkvoorstellen.
| Moment | Uitlener | Bedrijf dat inhuurt | Wat leg je vast? |
|---|---|---|---|
| Nu: oktober 2026 | De huidige Waadi-registratie blijft relevant. Bepaal of jouw activiteiten onder het komende stelsel vallen. | Controleer bij inhuur de huidige Waadi-registratie. Breng ook de feitelijke uitleenketen in kaart. | Werkvoorstel: noteer juridische naam, KVK-nummer, keten, controledatum en verantwoordelijke collega. |
| 1 november t/m 31 december 2026 | Aanmeldvenster voor de overgangsregeling. Voorbereiding vraagt EH3 en een Berichtenbox. Voor SNA geldt een bijzondere route; zie toelichting in het artikel. | Je meldt je als gewone inlener niet voor deze regeling aan. Vraag welke route jouw leverancier volgt. | Werkvoorstel: bewaar de schriftelijke toelichting van de leverancier en plan de volgende controledatum. Een aanmelding is nog geen toelating. |
| Vanaf 1 januari 2027 | Het stelsel en de nieuwe meld- en administratiebepalingen treden in werking; het toelatingsverbod volgt later. | De nieuwe administratieplicht geldt: registreer uiterlijk op de startdag welke arbeidskracht door welke onderneming ter beschikking wordt gesteld. | Wettelijke vastlegging: bewaar deze gegevens tot ten minste zeven jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de inzet eindigt. Werkvoorstel: regel dit vóór de eerste dienst. |
| 1 mei t/m 30 juni 2027 | Venster voor de aanvraag van toelating of ontheffing volgens de officiële planning. Alleen eerder aanmelden rondt deze stap niet af. | Vraag of de leverancier de vereiste vervolgstap heeft gezet. Je dient diens aanvraag niet zelf in. | Werkvoorstel: leg de terugkoppeling vast en agendeer een registercontrole. Houd aanmelding, aanvraag en besluit apart. |
| Vanaf 1 juli 2027 | Het register maakt volgens de officiële planning onder meer toelating, ontheffing en overgangsstatus zichtbaar. | Volgens de officiële planning kun je de leverancier in het openbare NAU-register controleren. Lees de status en voorwaarden, niet alleen of er een naam staat. | Werkvoorstel: bewaar een gedateerde controle met de juiste onderneming en status, plus een hercontrolemoment. |
| Vanaf 1 januari 2028 | Uitlenen mag alleen binnen een geldige wettelijke route: bijvoorbeeld toelating, ontheffing of toepasselijk overgangsrecht. Uitzonderingen vragen afzonderlijke toetsing. | Het inleenverbod wordt van kracht en de Arbeidsinspectie gaat op het stelsel handhaven. De huidige KVK-Waadi-check vervalt. | Werkvoorstel: controleer vóór inzet én bij relevante veranderingen. Bij een onduidelijke of vervallen status: toets eerst de gevolgen en de ingangsdatum van het besluit. |
Begrenzing: de dossierkolom is een eigen redactioneel werkvoorstel; de kaart vervangt geen volledige wettelijke checklist of toetsing van uitzonderingen. De CSV bevat de planning en bronlinks, zonder persoonsgegevens. Een aanvraag of vermelding in het register is op zichzelf geen bewijs dat de inzet is toegestaan.
Download de inhuurplanning als CSV. Voeg in je eigen kopie een actiehouder en volgende controledatum toe.
Controleer bij gebruik de actuele overgangsregeling, NAU-uitleg voor inleners, artikel 12d in de wet en het inwerkingtredingsbesluit. Voor de huidige registratie: KVK-Waadi-check. De digitale voorbereiding staat in het NAU-bericht over EH3 en Berichtenbox.
De download is een planning voor leveranciers en controlemomenten, geen personeelsadministratie. Voor het invullen van deze kaart heb je geen BSN of kopieën van identiteitsdocumenten nodig. Welke persoonsgegevens je voor andere wettelijke verplichtingen moet vastleggen, vraagt een afzonderlijke beoordeling. Voeg zulke gegevens niet uit gewoonte toe aan een rondgestuurde leverancierslijst.
Maak ook de toegang praktisch. De collega die het volgende controlemoment moet uitvoeren, heeft de planning nodig. De onderliggende documenten kunnen op een andere, passende plek staan. Een verwijzing naar het dossier is vaak bruikbaarder dan telkens dezelfde bijlagen kopiëren. Spreek af waar de actuele versie staat, zodat niemand verder werkt met een oude export.
Gebruik de kaart voor je eerstvolgende gesprek met een leverancier. Kies één concrete inhuurrelatie en loop de momenten na. Zet bij een ontbrekend gegeven wie het gaat opvragen en wanneer je de uitkomst opnieuw bekijkt. Daarmee verandert de planning in een werkafspraak.
Fictieve situatie: extra mensen voor een winkel
Een winkelier verwacht in december meer bestellingen. Zij boekt via haar vaste bureau twee tijdelijke medewerkers. De medewerkers krijgen op de werkvloer aanwijzingen van de winkelmanager. Het bureau levert al jaren mensen, maar de winkel heeft nog geen vast dossier voor die samenwerking.
De eerste verbetering is bescheiden: de winkelier vraagt de gegevens van de uitlenende onderneming op, controleert de huidige Waadi-registratie en bewaart het resultaat bij de overeenkomst. Daarnaast maakt zij duidelijk welke werkzaamheden, werktijden en instructies bij de inzet horen. Dat werk helpt haar deze december al.
Over de Wtta spreekt zij met het bureau een apart moment af. Ze vraagt welke overgangsroute het bureau verwacht te gebruiken en wanneer daarover informatie beschikbaar komt. Ze vraagt geen definitieve NAU-toelating die nu nog niet volgens de komende aanvraagronde kan zijn verkregen. Evenmin behandelt zij een mondelinge toezegging als bewijs van een toekomstige status.
Voor volgend jaar wijst zij één verantwoordelijke aan voor het inhuurdossier. De bedrijfsleider mag mensen inplannen binnen de afspraken. Een wijziging van de uitlenende onderneming gaat eerst langs de verantwoordelijke. Zo blijft het rooster uitvoerbaar zonder dat iedere dienst een juridische vergadering wordt.
Ook maakt zij een eenvoudig alternatief rooster voor een leveringsprobleem. Welke openingstijden zijn houdbaar met de eigen mensen? Welke werkzaamheden kunnen wachten? Dit is onze bedrijfsvoeringsaanbeveling, geen afzonderlijke Wtta-plicht. Voor een kleine winkel kan een voorbereid alternatief veel onzekerheid wegnemen.
Fictieve situatie: een extra schakel in de logistiek
Een klein logistiek bedrijf huurt magazijnmedewerkers in bij bureau A. Tijdens een piek meldt A dat een deel via bureau B komt. De eigenaar ziet nog steeds de facturen van A en denkt daarom dat er voor zijn controle niets verandert.
De NAU beschrijft bij doorlenen juist de betekenis van die extra schakel. In het nieuwe stelsel moeten zowel de werkgever van de werknemer als de doorlener aan de toepasselijke toelatingsregels voldoen. De inlener moet weten bij welke uitlener de werknemer daadwerkelijk in dienst is.
In ons voorbeeld vraagt de eigenaar daarom vóór de inzet welke onderneming de formele werkgever is. Hij legt de keten vast en laat onduidelijke informatie uitzoeken. In de voorbereiding op het toekomstige register spreekt hij af hoe beide relevante partijen worden gecontroleerd. Een verwijzing naar alleen de factuur van A geeft onvoldoende zicht op die keten.
Die vraag kan ongemakkelijk voelen wanneer het magazijn vol staat. Juist daarom hoort de afspraak in het leveranciersgesprek vóór de piek. Vraag of doorlenen voorkomt, wanneer je daarover bericht krijgt en welke informatie beschikbaar moet zijn voordat iemand begint. Wacht niet totdat een nieuwe medewerker al bij de personeelsingang staat.
De eigenaar kiest vervolgens een grens voor zijn eigen planning: zolang de formele werkgever onduidelijk is, bevestigt hij de inzet niet. Dat is een voorgestelde interne beslisregel, geen uitspraak dat iedere extra schakel verboden is. Een duidelijke keten kan rechtmatig werken; een onduidelijke keten vraagt om antwoorden.
Fictieve situatie: een installateur leent zelf iemand uit
Een installatiebedrijf heeft tijdelijk minder werk. Een bevriende ondernemer vraagt of een monteur enkele weken kan helpen. De monteur blijft bij het installatiebedrijf in dienst, krijgt ter plaatse aanwijzingen van de andere ondernemer en er wordt een vergoeding afgesproken.
De installateur is in deze situatie mogelijk zelf uitlener. Dat installatie zijn gewone bedrijfsactiviteit is, beantwoordt de juridische vraag nog niet. Ook de omvang van het bedrijf of de goede onderlinge relatie geeft op zichzelf geen vrijstelling.
De officiële beslisboom voor uitleners behandelt onder meer collegiale uitleen, uitleen binnen een concern, wettelijke sectoruitzonderingen en mogelijke ontheffing bij een beperkte nevenactiviteit. Daar horen concrete voorwaarden bij. Collegiale uitleen veronderstelt onder meer geen winst of opslag en een aantoonbare administratie. Een ontheffing is bovendien iets anders dan buiten de wet vallen.
Onze aanbeveling aan de installateur is om de afspraken over vergoeding, leiding en duur eerst volledig op papier te zetten. Laat daarna beoordelen welke huidige registratie en toekomstige route passen. Noem een commerciële uitleenafspraak niet uit gemak collegiaal en concludeer evenmin dat een paar weken inzet automatisch toelating vereist.
Die beoordeling kan ertoe leiden dat het bedrijf meerdere rollen heeft. Het installatiebedrijf huurt misschien zelf uitzendkrachten in tijdens een verbouwing, terwijl het op een ander moment een eigen monteur beschikbaar stelt. Maak voor beide relaties een afzonderlijke afspraak. De controle die je als klant bij een bureau uitvoert, rondt je mogelijke verplichtingen als uitlener niet af.
Dit is ook een nuttige vraag voor de jaarafsluiting: welke personeelsconstructies zijn er werkelijk geweest? Kijk naar ontvangen én verstuurde facturen en bespreek opvallende afspraken met degene die de planning kent. De boekhouding kan een vergoeding laten zien, maar alleen de betrokkenen kunnen toelichten hoe het werk werd aangestuurd. Samen geven die gegevens een beter vertrekpunt voor een gerichte beoordeling.
Voor de ontvangende ondernemer geldt dezelfde behoefte aan duidelijkheid. Vraag welke grond de uitlener gebruikt en bewaar de onderbouwing bij de afspraak. Een algemene zin dat het maar tijdelijk is, helpt weinig wanneer later moet worden uitgelegd hoe de samenwerking is beoordeeld.
Maak contracten bruikbaar voor de werkvloer
De NAU-checklist voor inleners noemt afspraken over toelating, veranderingen in de status en doorlenen. Zij adviseert ook een verantwoordelijke voor controles aan te wijzen. Het zijn punten om in je eigen organisatie uit te werken; een standaardclausule alleen organiseert het dagelijkse handelen niet.
Spreek bijvoorbeeld af wie van het bureau een statuswijziging meldt en wie bij jouw bedrijf het bericht ontvangt. Laat dat contactpunt aansluiten op degene die de planning kan veranderen. Wanneer alle informatie bij de administratie binnenkomt maar alleen de bedrijfsleider het rooster ziet, is een praktische overdracht nodig.
Bespreek ook wat er gebeurt met al bevestigde diensten wanneer de samenwerking moet stoppen. Hoe wordt een vervanger voorgesteld? Welke informatie wordt opnieuw gecontroleerd? Wie mag een nieuwe uitlener accepteren? Laat juridische afspraken over beëindiging en kosten passen bij de overeenkomst. Een operationeel noodrooster vervangt die afspraken niet.
Dezelfde werkwijze helpt bij goede arbeidsomstandigheden. Een ingeleende medewerker moet op de werkplek weten waar hij terechtkan met een onveilige situatie. De voorbereiding die we beschrijven bij RI&E voor kleine werkgevers raakt daarom ook de uitvoering van de inhuur. Een registerstatus vertelt iemand niet hoe hij veilig met jouw apparatuur werkt.
Wat gebeurt er als een toelating later wegvalt?
Volgens de NAU-uitleg over schorsing of intrekking wordt een komende wijziging maximaal vier weken voor de ingangsdatum zichtbaar. In de tussenperiode mogen bestaande ingeleende werknemers onder de beschreven voorwaarden nog doorwerken, maar mag geen nieuwe inleen worden gestart. Zodra de schorsing of intrekking ingaat, mag de samenwerking niet doorgaan.
Lees maximaal vier weken hier niet als een gegarandeerde voorbereidingstermijn van vier weken voor iedere situatie. Volg de concrete status en ingangsdatum. Voor je organisatie is vooral belangrijk dat de melding tijdig bij degene komt die mensen kan afmelden en werk opnieuw kan verdelen.
Een kleine werkgever hoeft daarvoor geen ingewikkeld dashboard te bouwen. Begin met een overzicht van actieve uitleners, verantwoordelijke personen en lopende inzet. Werk dat bij wanneer de leverancier of de planning verandert. Een controle die niemand opnieuw bekijkt, verliest snel betekenis.
Voor de financiële planning helpt het om mogelijke vervangingskosten en tijdelijk minder capaciteit afzonderlijk te bespreken. We hebben geen algemeen bedrag voor die gevolgen. Ze hangen af van jouw werk, contract en beschikbare mensen. Neem aannames herkenbaar op in je overzicht van bedrijfsfinanciën, zodat een veronderstelling geen vastgesteld verlies wordt.
Hoeveel voorbereiding is redelijk voor een klein bedrijf?
De twijfel over extra administratie is begrijpelijk. Wie slechts enkele dagen per jaar iemand inhuurt, wil daar geen groot project van maken. Niet ieder klein bedrijf heeft een inkoper of personeelsafdeling die de invoering kan volgen. De aanpak moet passen bij de hoeveelheid en complexiteit van de inhuur.
Bij één direct bureau kun je beginnen met één overzichtelijk dossier en een benoemde verantwoordelijke. Bij meerdere bureaus, doorleenconstructies of eigen uitleen zijn meer vragen nodig. De redelijke eerste stap is dan een volledige inventarisatie van de relaties. Dat voorkomt dat je veel tijd besteedt aan een bekende leverancier terwijl een andere constructie buiten beeld blijft.
Er is ook een grens aan wat een klant zelf kan controleren. Je voert niet de volledige toelatingsinspectie van de leverancier uit. Richt je op de informatie en controles die bij jouw rol horen en vraag deskundige hulp bij een concrete onduidelijkheid. Daarmee blijft de werkwijze uitvoerbaar en worden uitzonderingen zorgvuldig behandeld.
Een andere uitkomst kan zijn dat je voor een terugkerende behoefte liever zelf iemand in dienst neemt. Dat verdient een eigen afweging van capaciteit, begeleiding en kosten. Onze gids over je eerste werknemer aannemen helpt om die vervolgvraag uit te werken. De Wtta maakt die keuze niet voor je: ook toegelaten inhuur kan goed passen bij een bedrijf dat wisselende bezetting nodig heeft.
Wie het gesprek nu voert, kan het daarnaast combineren met de gewone evaluatie van tarieven, inzet en samenwerking. Vraag wat goed gaat en waar de leverancier informatie van jou nodig heeft. Zo krijgt de voorbereiding een plek in een bestaand gesprek, met afspraken die op de werkvloer terug te vinden zijn.
Begin bij de eerstvolgende inzet
Voor een kleine werkgever is de nuttigste vervolgstap om één echte inhuurrelatie langs de kaart te leggen. Kloppen de ondernemingsgegevens? Is de huidige Waadi-controle aantoonbaar? Weet je wie de formele werkgever is en wie bij een verandering moet handelen? Die antwoorden zijn vandaag al bruikbaar.
Vraag vervolgens naar de overgangsvoorbereiding van de uitlener en plan je eigen administratie voor 1 januari 2027. Houd juli 2027 en januari 2028 als verschillende vervolgmomenten in beeld. Beoordeel straks een toelating, ontheffing, rechtmatige overgangsstatus of toepasselijke uitzondering op de eigen voorwaarden.
De komende veranderingen raken uiteindelijk een vertrouwd ondernemersprobleem: hoe zorg je dat extra mensen verantwoord kunnen werken en je planning overeind blijft? Door juridische status, werkafspraken en praktische vervanging samen te bekijken, wordt een ingewikkeld invoeringstraject een reeks concrete beslissingen voor jouw bedrijf.
Bronnen en verantwoording
Geraadpleegd op 15 oktober 2026. Het artikel is een actuele voorbereidingsanalyse bij de bijgewerkte KVK-uitleg, geen aankondiging van een op deze datum nieuw aangenomen wet. Aanbevelingen, de inhuurkaart en fictieve bedrijfssituaties zijn eigen redactionele uitwerkingen.
- Nieuwsaanleiding en huidige registratie: KVK, uitzendkrachten inhuren, bijgewerkt 15 oktober en voorwaarden volgens de Waadi.
- Wetstatus en fasering: Staatsblad 2026, 159, besluit van 24 juni 2026, met afzonderlijke startmomenten voor administratie en verbod.
- Uitvoering en planning: NAU, toelating uitleenmarkt en checklist voor inleners.
- Overgang en digitale voorbereiding: NAU, overgangsregeling en eHerkenning en Berichtenbox, 6 augustus 2026.
- Constructies en uitzonderingen: Arbeidsinspectie, inhuren en uitlenen, NAU, doorlenen en beslisboom voor uitleners.
- Fiscale verantwoordelijkheid: Belastingdienst, inlenersaansprakelijkheid en voorwaarden van de g-rekening.
- Statusverlies: NAU, handelen bij schorsing of intrekking.


